Rood zand

Rood zand
Het zand voelde warm terwijl het door mijn vingers gleed. Zolang ik me kon herinneren kwam ik met mijn ouders iedere zomer naar Zandvoort. Mijn vader had ooit eens een huisje vlakbij het strand op de kop kunnen tikken en het nooit meer van de hand gedaan. Ik zuchtte en genoot van de ondergaande zon, de stilte en de wind die zachtjes langs mijn gezicht streek en mijn haar deed dansen.

De meeste dagjesmensen hadden hun handdoekjes en parasols weer ingeladen en het strand verlaten. Ik hield niet zo van de drukte maar ik was gek op het strand en de zee. Ik stond op en liep een stukje langs de kustlijn. Mijn golvende donkere haar bond ik in een knotje op mijn hoofd en ik raapte onderweg het zwerfvuil op wat ik tegen kwam. Ik kon daar zó boos om worden! Mensen komen naar het strand, genieten van de zon, de zee en de mooie omgeving, maar als ze weg gaan laten ze al hun zooi maar liggen. Daarom maakte ik ook iedere avond een rondje langs het strand om het vuil te verzamelen en weg te gooien bij Club Nautique. Joost, een gebruinde adonis met door de zon geblondeerd haar, werkte daar en liep soms met me mee. Ook hij was een echt strandkind, opgegroeid in de omgeving en zoveel mogelijk aanwezig op het strand. Ik vond het altijd leuk als Joost het rondje meeliep met me, hij had standaard hilarische verhalen over wat er die dag in de strandtent gebeurd was, daarbij kwam dat hij natuurlijk een enorm interessant object was om naar te kijken. Hij droeg bijna nooit een shirt, droeg standaard Reef playa slippers, met zo’n bruin leren bandje, en altijd een driekwart broek met veel zakken, de ene keer simpel beige, de andere keer met een blije bloemenprint.

Deze avond was de strandtent nog open dus Joost was nog hard aan het werk. Toen ik met de zak vuil naar de achterkant van de zaak liep, zag ik hem met een vol dienblad door de menigte lopen. Hij zwaaide enthousiast en riep me: “He Nanda!” Met een lach op mijn gezicht stak ik mijn hand naar hem op en toen hij dichterbij kwam begroette hij me met een zoen op mijn wang. Hij voelde warm en klam. “Morgen loop ik het rondje weer met je Nan, ik hoorde net dat ik morgenavond niet hoef te werken”. “Gezellig! Het was echt druk vandaag op het strand, maar dat had jij natuurlijk ook al wel gezien, of niet? Ik kijk uit naar morgen. Erg leuk. Nou eh. Succes nog met werken, tot morgen Joost!” Jezus, wat kon ik toch bazelen tegen die jongen. Op een of andere manier had ik tegenover Joost altijd problemen om een normaal antwoord te geven. Meestal volgde er een onsamenhangende en niet belangrijke wirwar aan woorden die zinnen vormden die er niet toe deden. Maar goed, hij rende nog niet weg als hij me zag dus ik had nog even de tijd om hieraan te werken. Toen ik de zak weg had gegooid ging ik op weg naar het huisje. Ik nam halverwege plaats op een bankje op het dijkje en stak een sigaret op. Ik was gestopt geweest, vijf jaar. Op mijn dertiende was ik begonnen, toen ik twintig werd besefte ik hoe slecht ik voor mijn lichaam zorgde en verruilde ik het roken met sporten.

Tot 2 februari 2009 was ik gestopt. Dat was de datum dat de politie ineens voor de deur stond aan ons huis in Amsterdam. Na diverse studies, ik wist niet goed wat ik wilde, en het daarbij behorende studentenleven was ik weer bij mijn ouders ingetrokken om mijn volwassen leven op de rit te kunnen krijgen. Ik had een baantje gevonden als Sales Intercedent. Het sloot niet aan bij een van mijn studies maar het was erg leuk om te doen en het verdiende prima. Maar die bewuste avond waren mijn ouders weg, ze waren een romantisch avondje uit naar het theater. De deurbel ging en ik had eigenlijk helemaal geen zin om op te staan. Na de tweede keer aanbellen liep ik geïrriteerd richting deur en zette alvast mijn blik op ‘geen interesse’. Toen ik door het glas van de voordeur zag dat het geen deurverkoper was, maar een politieagent met echte politiepet en alles erop en eraan kreeg ik de kriebels. De politieagent bleek de hoofdofficier van Amsterdam en hij vertelde mij dat mijn ouders die avond een ongeluk hadden gehad. Ze waren in een bocht de controle over het stuur verloren en tegen een gebouw gereden. Beide waren ze al overleden voordat de ambulance ter plaatse was. Dat was de dag dat ik weer begon met roken.

Verzonken in gedachten op het bankje bekroop me een angstig gevoel, alsof er iemand naar me keek. Ik verkende de omgeving maar zag niets en hield mezelf voor dat ik het me had verbeeld. Mijn telefoon trilde; Joost. Hij was inmiddels klaar met werken en vroeg me of ik zin had om nog even een drankje te komen doen. Per slot van rekening was het om de hoek, stuurde hij. Ik dacht aan mijn onzinnige opmerkingen maar bedacht me en  en begon een bericht terug te schrijven: Lijkt me gezellig, ik Au! Ik werd geraakt met een stuk hout en voelde een straaltje bloed langs mijn oog lopen. Ik wilde rennen, maar mijn lichaam reageerde niet. Ik probeerde te schreeuwen om hulp, maar ik kon geen geluid maken. Ik voelde een lichaam achter me, één arm om mijn middel en één arm over mijn schouder die me de mond snoerde. Een diepe, donkere stem fluisterde in mijn rechteroor: “Verzet je nu niet, dat maakt het makkelijker voor ons allebei.” Ik voelde mijn lichaam tintelen en zweverig worden, ik verloor het bewustzijn.

Ik werd wakker met een pijnlijke bult op mijn hoofd, ik opende mijn ogen maar zag niets. Knipperde een paar keer, maar zag nog niets. Ik probeerde me te herinneren wat er was gebeurd, waar ik was en hoe ik hier kwam. Ik dacht aan het stuk hout en ik voelde me paniekerig worden. Ik tastte de ruimte af. Ik voelde alleen maar onbehandeld hout om me heen en ik probeerde tussen twee planken te komen met mijn vingers. Mijn nagelriemen voelde ik naar achteren schuiven in mijn poging iets van de buitenwereld te kunnen zien maar dat maakte me niets uit. Ik moest hier uit zien te komen! Na een eeuwigheid krabben en trekken aan de twee planken voelden mijn handen warm van het bloed en pijnlijk.

Vanuit het niets hoorde ik voetstappen, op een houten vloer, richting mij komen. Ik durfde niet te schreeuwen, want de kans was natuurlijk groot dat het mijn ontvoerder was. Het leek me het best om op de grond te gaan liggen zoals ik wakker was geworden, wellicht zou hij denken dat ik nog waardeloos was als ik buiten bewustzijn oogde. Ik ging liggen en probeerde zo rustig mogelijk te ademen en door één oog een beetje te gluren voor het geval het hok open zou gaan. Het hok ging inderdaad open, er opende een luik zo’n halve meter boven mijn hoofd en er scheen een fel licht naar binnen. Van een zaklamp, het was dus nacht of we zaten in een donkere ruimte. Ik kon niets zien door de lichtbron die naar binnen scheen maar mijn plan werkte denk ik, want na een brommend afkeuren sloot het luik weer en hoorde ik de voetstappen vervagen in de verte. Toen ik zeker was dat ik niets meer hoorde begaf ik me weer richting het kijkgat tussen de twee planken, het was inderdaad hartstikke donker. Ik zou moeten wachten tot het licht werd om te kijken of ik kon ontdekken waar ik was en hoe ik weg kon komen. De uren daarna gebruikte ik de tijd om de ruimte af te zoeken naar iets wat ik kon gebruiken, ik vond uiteindelijk een schroef.

Ik voelde de temperatuur stijgen in de ruimte en de voetstappen kwamen niet veel daarna weer terug. Door het kijkgat had ik ook al wat licht zijn weg zien vinden, echter keek ik uit op iets wat op een simpele muur leek. Het luik ging weer open en ik ging weer op de grond liggen, de schroef stopte ik snel in mijn mond. Dit keer werd ik echter aan mijn armen uit het hok gesleurd en voelde een steek door mijn schouder gaan. “Tijd om wakker te worden meissie!” De zware stem weer, ik herkende hem direct van de avond ervoor. Hij legde me op mijn buik op een ijzeren tafel. Bond mijn handen en voeten vast aan pinnen op de hoeken van de tafel. “Wat ga je doen? Waarom ben ik hier?” Mijn stem klonk paniekerig. Ik hoorde hoe er een deur open ging en ik hoorde het geluid van ijzer op ijzer, alsof hij een gereedschapskist pakte. “Laat me gaan, alsjeblieft, doe me niets!” Omdat ik niets kon zien raakte ik alleen maar meer in paniek en ik begon hard te trekken aan de touwen die om mijn polsen en enkels zaten in de hoop dat ik los kon komen. Ik voelde de hand van de man op mijn onderrug, hij duwde me op de tafel en trok een stuk tape over mijn rug heen zodat ik niet meer kon bewegen, wat hij afscheurde met zijn tanden. Ik voelde hierdoor zijn adem op mijn lichaam door mijn dunne blouse heen en ik huiverde. De tranen rolden inmiddels over mijn wangen, ik kwam hier niet meer weg. Ik lag vastgebonden op een tafel, niemand wist me te vinden en ik heb een schroef in m’n mond, dit was een uitzichtloze situatie.

De voetstappen liepen van me af, een andere ruimte in. Een paar minuten bleef het stil en toen klonk er ineens een intens kabaal. Wat gestommel en gestamp, het leek alsof er ineens meerdere mensen in de ruimte waren. Ik durfde niet meer te bewegen of te kijken. “Nanda!” Ineens hoorde ik een bekende stem roepen! Ik tilde voorzichtig mijn hoofd op en ik zag ze voor me staan: de bekende Reef playa slippers, mét bloemetjesbroek! Nog nooit was ik zo blij. Joost begon driftig te trekken aan de tape en touwen en ik spuugde de schroef naar hem waarmee hij wellicht de touwen los kon trekken. Hij had me binnen een mum van tijd los en tilde me over zijn schouder. Hij rende weg uit de ruimte en belde met zijn vrije hand op zijn mobiele telefoon de politie. Ik zag Joost’ auto staan en hij zette me erin. Vol gas reed hij weg over een smal pad, wat ik niet eens kende.

Later in het ziekenhuis kwam Joost aanlopen met een cola voor me, ik zat van alle spanning en angst nog te trillen op het ziekenhuisbed. Met twee hechtingen in de wond op mijn voorhoofd was ik er verrassend goed vanaf gekomen. Joost vertelde me hoe hij zat te wachten op mij aan de bar, hoe hij het bericht terug las en toen bedacht dat er een deel ontbrak, hoe hij de route naar mijn huisje had gelopen en het bankje tegen was gekomen waar druppels bloed bij lagen. Hoe hij vervolgens urenlang de omgeving uitgekamd had op zoek naar mij. De politie was inmiddels ook langs geweest en had verteld dat ze de man die me had ontvoerd hadden opgepakt, hij werd gezocht wegens verkrachting en moord van een meisje wat een paar jaar terug was verdwenen. Haar lichaam was levenloos gevonden in een houten kist langs een snelweg.. Joost kwam naast me zitten en sloeg zijn arm om me heen. Ik zei hem dat ik niet naar huis durfde, dat ik niet alleen wilde zijn. Het enige wat hij zei is: “Ik laat jou nooit meer gaan.” Hij kuste me zachtjes en ik voelde zijn warme lippen op de mijne, een warme gloed ging door mijn lichaam. Ik ging ook nooit meer weg.


Meer korte verhalen? In samenwerking met Moments For You heb ik een korte verhalenbundel uitgebracht. Acht verhalen met de lengte van een kop thee. Zo wordt je theemoment extra speciaal. Geniet! Meer over theeverhalen of direct bestellen.

Advertenties

2 gedachtes over “Rood zand

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s